Kraakbeen groeit weer aan dankzij kniedistractie

Kraakbeen groeit weer aan dankzij kniedistractie

Steeds meer mensen krijgen op jongere leeftijd te maken met een versleten knie (artrose). Een knieprothese is dan niet altijd de ideale oplossing. In de Sint Maartenskliniek in Woerden loopt momenteel een onderzoek naar een andere mogelijke behandeling voor deze patiënten: de kniedistractie. Arts-onderzoeker Karen Wiegant en orthopedisch chirurg Sander Spruijt geven uitleg.

De studie is een samenwerking tussen het Universitair Medisch Centrum Utrecht en de Sint Maartenskliniek Woerden”, vertelt Wiegant. “De meeste studiepatiënten worden in Woerden behandeld. Sander Spruijt en Ronald van Heerwaarden zijn erbij betrokken als orthopeed.” Bij kniedistractie wordt enkele millimeters ruimte gecreëerd tussen de twee delen van het kniegewricht. Er gaan vier pennen in het bovenbeen en vier in het onderbeen. Aan de zijkanten van het been zijn deze verbonden door buizen met daarin een veer die uitgedraaid kan worden. Dit ‘frame’ blijft zes weken zitten. Spruijt: “Door het oprekken van de knie wordt het versleten kraakbeen ontlast en krijgt het tijd te herstellen. Vanuit eerdere studies naar gewrichtsdistractie is gebleken dat dit bij ruim zeventig procent van de patiënten leidt tot een duidelijke vermindering van klachten. Bovendien blijkt dat het kraakbeen in volume toeneemt.”

Geen ‘light-behandeling’

Als patiënten het frame om hebben, is de artrosepijn weg. “Maar ze hebben wel last van de pennen”, legt Spruijt uit. “Het is zeker geen ‘light-behandeling’. De revalidatie is langer dan bij een totale knieprothese. Doordat de pennen van het frame door de huid heen gaan, is er een verhoogd risico op infecties van de huid. Gelukkig kunnen we dat goed behandelen.” Patiënten moeten behoorlijk wennen aan het frame. En als het frame verwijderd is, kan de artrosepijn in eerste instantie terugkomen omdat het kraakbeen er enkele maanden over doet om te herstellen. “Patiënten moeten na de behandeling inderdaad even geduld hebben. Het kraakbeen groeit dan namelijk nog aan doordat het gestimuleerd wordt tijdens belasting”, zegt Wiegant.

Niet voor iedereen

Kniedistractie wordt nu alleen nog in onderzoeksverband toegepast. Hierbij wordt gewrichtsdistractie vergeleken met ofwel de standsverandering van het gewricht (tibiakop osteotomie), ofwel de totale knieprothese. Wiegant: “Er gelden specifieke criteria voor patiënten om te kunnen meedoen aan de studie. We hanteren bijvoorbeeld een strikte maximum leeftijd, want op oudere leeftijd herstelt het kraakbeen zich minder goed. Aanleg en genetica spelen daarbij ook een rol. Wanneer er weinig kans is op herstel en aangroei van kraakbeen, heeft kniedistractie weinig nut. We bekijken dat per patiënt.” Ook moeten patiënten in aanmerking komen voor de andere behandeling; de osteotomie of de totale knieprothese. Loting bepaalt namelijk welke behandeling de patiënt krijgt. “Dat weten we niet van tevoren. Een patiënt moet dus voor beide behandelingen in zijn”, aldus Spruijt.

Gewrichten sparen

“Wij zijn voorstander van het zoveel mogelijk sparen van de gewrichten”, betoogt Spruijt. “Je eigen knie voelt altijd prettiger dan een kunstknie. Zo bewaar je bij kniedistractie of een osteotomie bijvoorbeeld de tastzin in je gewricht, terwijl die bij een knieprothese grotendeels verloren gaat. Een ander voordeel is dat je na een osteotomie of kniedistractie alsnog een totale knieprothese kunt doen als dat noodzakelijk is. Je verbrandt geen schepen achter je. Een knieprothese is echter onomkeerbaar.”

Vervanging voorkomen

Beiden benadrukken trouwens dat ze met distractie geen alternatief zoeken voor een prothese. Wiegant: “De totale knieprothese is een heel goed product. We zoeken met het onderzoek juist manieren om ook de patiënten tussen 40 en 65 jaar te kunnen helpen. Die groep beweegt namelijk veel, waardoor een knieprothese snel slijt. Het vervangen van een knieprothese, de zogeheten knierevisie, is een ingrijpende en kostbare ingreep. Met kniedistractie als aanvulling op onze behandelingen hopen we het aantal knierevisies te kunnen terugdringen.”

Meten is weten
“Over twee jaar kunnen we pas met echte resultaten naar buiten komen”, blikt Karen Wiegant alvast vooruit. “Nu is de studie nog volop bezig. We meten onder andere hoe het met de pijn is, het functioneren, de tevredenheid en de verwachting van de patiënt. Maar we kijken uiteraard ook naar de dikte van het kraakbeen, hoe het groeit en of het stand houdt.” Sander Spruijt heeft in ieder geval een goed gevoel over de resultaten. “Ik heb de indruk dat distractie qua resultaat niet onder doet voor de totale knieprothese. We zien dat er een patiëntengroep is die hiermee geholpen wordt. Het smaakt in ieder geval naar meer!”

De onderzoeksgroep waarin kniedistractie wordt vergeleken met tibiakop osteotomie heeft het maximale aantal deelnemers bereikt. In de ‘knieprothesegroep’ zijn wel nog enkele plekken vrij. Patiënten kunnen voor meer informatie of een aanmelding contact opnemen met Karen Wiegant via k.wiegant@maartenskliniek.nl.

Patiëntenquotes

  • “Na verwijdering van het frame moest ik enkele weken met krukken lopen. Toen kwam de pijn wel weer even terug, maar sinds een paar maanden ben ik pijnvrij.”
  • “Op de foto’s is enig kraakbeenherstel te zien. Ik kan nu zelfs weer tennissen. Dat had ik nooit durven dromen!”
  • “Het is nogal een ingreep. Ze maken acht gaten in je been en daar worden pennen in geboord. Die steken uit, dus het is qua kleding best lastig.”
  • “Na zes weken werd het frame verwijderd. Onderzoek toont aan dat er inderdaad meer kraakbeen in mijn kniegewricht zit en dat merk ik ook. Binnenkort kan ik weer werken.”

Bron: Sint Maartenskliniek